De profeet Mozes - Deel 2

De uitnodiging van Mozes richting de farao.

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: De profeet Mozes - Deel 2.

Salamoe aleikoem, vrede zij met jullie! En welkom allemaal bij een nieuwe aflevering van verhalen over de profeten. In de vorige aflevering hebben we deel 1 van het verhaal van Mozes vrede zij met hem behandeld. Vandaag zullen we zoals beloofd deel 2 van Mozes vrede zij met hem gaan behandelen. Deel 2 van Mozes belooft een spannend en interessant verhaal te gaan worden, zoals ik in deel 1 al heb aangekondigd zullen we vandaag o.a. zien dat Mozes vrede zij met hem met Allah gesproken heeft en nog veel meer. We zullen zijn verhaal baseren op de Koran en de authentieke overleveringen van de profeet Mohammed vrede zij met hem.

Deel 2 van Mozes vrede zij met hem gaan we aan de hand van de volgende punten behandelen:

- Het gesprek tussen Allah en Mozes
- Mozes nodigt de Farao uit naar de Islam
- De tovenaars van de Farao geloven in Mozes

Het gesprek tussen Allah en Mozes:
Aan het einde van deel 1 hebben we gezien dat Mozes tien jaar lang gewerkt had voor zijn schoonvader. Nadat Mozes vrede zij met hem deze termijn vervuld had ging hij op reis met zijn gezin. Hij nam zijn gezin mee naar Egypte, maar tijdens de reis verdwaalde ze in de Sinai-woestijn en kwamen ze in een niemandsland terecht. Het was een koude en donkere nacht. Op een gegeven moment zag Mozes een vuur, Allah zegt hierover in de Koran in hoofdstuk 28 vers 29: “En toen Mozes de termijn vervuld had, en met zijn familie reisde, zag hij aan de zijkant van (de berg) Sinaï vuur. En hij zei tot zijn familie: Blijft, want ik heb een vuur gezien. Moge ik jullie daarover nieuws brengen of een fakkel van het vuur meenemen hopelijk verwarmen jullie (je ermee).”. Toen hij eenmaal bij het vuur aankwam werd hij van de rechterkant van het dal geroepen door Allah. Allah zegt hierover in de Koran in hoofdstuk 28 vers 30: “..O Mozes, voorwaar, Ik ben Allah,  Heer der Werelden!”

Vervolgens droeg Allah Mozes op om zijn staf neer te gooien, nadat Mozes zijn staf had neergegooid veranderde deze in een slang. Stel je eens voor, Mozes benadert het vuur en wordt aangesproken door Allah, en alsof dat al niet genoeg is veranderd zijn eigen staf, die hij elke dag gebruikte in een levende slang. Toen Mozes dit zag werd hij bang, draaide zich om en rende weg van de slang. Maar Allah heeft Mozes niet zomaar uitgekozen, Allah riep Mozes vervolgens: “O Mozes, kom naderbij, en wees niet bang: jij behoort tot hen die veilig zijn”.

En dit deed Mozes ook, hij kwam terug en met de Wil van Allah verdwenen al zijn angstgevoelens zoals het hoort bij een man die door Allah uitgekozen is. Wat Mozes niet wist is dat zijn eigen staf later een instrument zou zijn in zijn nieuwe missie, dit zou één van de negen tekenen zijn die Allah aan Mozes zou geven om zo de Farao en zijn volk te overtuigen van de boodschap waar Mozes mee kwam. Een andere teken was zijn eigen hand. Allah droeg Mozes op zijn hand in zijn zak te doen die op borsthoogte was, zijn hand zou er dan weer wit uitkomen zonder vlekken.

Stel je voor vandaag de dag, een staf die veranderd in een slang en een hand die wit wordt, dit zijn tekenen voor een volk dat nadenkt. Deze tekenen werden aan de Faro en zijn volk getoond zodat zij zouden nadenken. Het volk van de Farao was in die tijd namelijk veel bezig met tovenarij, deze tekenen die Allah aan Mozes vrede zij met hem gaf waren groter en machtiger dan hetgeen de tovenaars in die tijd produceerden. Zo werd het op deze manier aan de Farao en zijn volk duidelijk gemaakt dat Mozes inderdaad gestuurd is door Allah, de Heer van de wereldbewoners.

Mozes nodigt de Farao uit naar de islam:
Nu was Mozes klaar om aan zijn nieuwe missie te beginnen. Mozes werd bevolen om terug te gaan naar de Farao waarvoor hij juist gevlucht was. Mozes had een zware taak, namelijk het verkondigen van Allah’s boodschap tegenover deze onrechtvaardige heerser die overal verderf zaaide en bovendien zichzelf als God beschouwde. Mozes wist dat hij een zware taak had, Allah zegt hierover in de Koran in hoofdstuk 28 vers 33: “Hij (Mozes) zei: ‘’Mijn Heer, voorwaar, ik heb iemand van hen doodgeslagen en ik ben bang dat zij mij doden.”

Daarna vroeg Mozes aan Allah om zijn broer Aaron vrede zij met hem mee te sturen om hem te helpen in zijn missie, de reden waarom Mozes dit vroeg was omdat Aaron een betere spreker was dan Mozes en Mozes wist dat hij later oog in oog zou komen te staan met de Farao en zijn handlangers. Eenmaal aangekomen in het verblijf van de Farao zeiden Mozes en Aaron tegen de Farao dat zij boodschappers waren van de Heer van de wereldbewoners en zij zeiden tegen de Farao dat hij de kinderen van Israël met hen mee moest laten gaan. De arrogante en hoogmoedige Farao ging niet eens op dit verzoek in, in plaats daar van zei hij tegen Mozes: “Hebben wij jou niet als een kind onder ons opgevoed en verbleef jij geen jaren van jouw leven onder ons? En jij deed war jij deed en jij behoort tot de ondankbaren.”

Hier herinnerde de Farao Mozes aan het feit dat hij een Egyptenaar heeft gedood. Vervolgens ging de Farao in discussie met Mozes. De Farao zei tegen Mozes: En wie is de Heer van de wereldbewoners, waarop Mozes antwoordde: De Heer van de hemelen en aarde en alles wat daartussen is. Toen de Farao dit hoorde werd hij woedend, de reden hiervan was dat Mozes de naam noemde van de Ene ware God. Mozes gaf hiermee ook heel duidelijk aan dat de God van de hemelen en de aarde dus ook de God is van de Farao en zijn volk. De Farao was verward en kon de discussie niet winnen met duidelijk argumenten dus zei hij maar tegen zijn hofhouding: “Voorwaar, jullie boodschapper die tot jullie gezonden is, is zeker bezeten.”

Mozes bleef de Farao en zijn hofhouding vertellen dat er maar Een ware God is die het recht heeft om aanbeden te worden. Toen de beweringen van de Farao weerlegd waren nam hij zijn toevlucht tot dreigementen. Allah zegt hierover in de Koran in hoofdstuk 26 vers 29-33: “Hij (Farao) zei: ‘Als jij een andere God dan mij hebt aangenomen, dan zal ik jou zeker tot een van de gevangen maken.’ Hij (Mozes) zei: ‘Zelfs als ik jou iets duidelijks kan laten zien’ Hij (Farao) zei: ‘Breng het maar, als jij tot de waarachtigen behoort.’ Toen wierp hij zijn staf neer en daarop werd het een duidelijke slang. En hij strekte zijn hand uit en die werd wit voor de toeschouwers.

Nadat de Farao deze Tekenen had gezien ging hij in plaats van in Mozes te geloven hem beschuldigen van tovenarij. De Farao beweerde dat hij deze toverkunsten ook kon produceren, en dus maakte hij met Mozes een afspraak om elkaar te ontmoeten en waarin Mozes en de Farao en zijn tovenaars gelijke kansen zouden hebben. Mozes koos een feestdag uit zodat zoveel mogelijk mensen zich zouden verzamelen. Daarbij zouden de mensen zich verzamelen als de zon opkwam zodat iedereen die aanwezig was duidelijk kon zien wat er zou gebeuren.

De tovenaars geloven in hem:
Nadat de afspraak gemaakt was trok de Farao zich terug en verzamelde hij de beste tovenaars. Hij zei tegen deze tovenaars: ‘ Dit zijn twee tovenaars (Mozes en Aaron), zij zijn van plan om jullie met toverkunsten uit het land te verdrijven en om zo jullie gezagsdragers te worden. Mozes waarschuwde de Farao dat zijn plan niet zou slagen en dat de trucs van zijn tovenaars ontmaskerd zouden worden. Toen de feestdag aangebroken was en de tovenaars tegenover Mozes en Aaron stonden zeiden de tovenaars: ‘O Mozes, gooi jij eerst of gooien wij eerst?’ Waarop Mozes zei: ‘Gooien jullie maar eerst.’ Vervolgens gooiden zij hun touwen en stokken. Door hun toverkunsten leek het alsof deze touwen en stokken snel bewogen.

Toen Mozes dit zag voelde hij angst opkomen bij zichzelf waarop Allah tegen hem zei: “Wij (Allah) zeiden: ‘Vrees niet! Voorwaar, jij zult de overhand krijgen. Werp neer wat in jouw rechterhand is, het zal wat zij wrochtten verslinden. Voorwaar, wat zij wrochtten is slechts een list van een tovenaar. En de tovenaar wint niet, hoe hij het ook doet.” Dit is terug te vinden in hoofdstuk 20 van de Koran vers 68 en 69. In deze twee verzen zien we dat toen Mozes zijn staf gooide de illusie van de tovenaars gebroken werd.

De tovenaars zelf herkenden meteen de tekenen van Allah en getuigden van de Ene ware God. Zij waren de beste tovenaren en zij wisten dat deze tekenen veel groter en machtiger waren dan hun toverkunsten en dus moesten Mozes en Aaron wel Boodschappers zijn van die Ene ware God. Farao bleef zich verzetten tegen de tekenen die hem getoond werden. Hij bleef in tegenstelling tot de tovenaars ongelovig, sterker nog, de Farao zei tegen de tovenaars: ‘Geloven jullie in hem (Mozes) voordat ik jullie toestemming heb gegeven? Dit toont de hoogmoedigheid aan van de Farao.

De Farao ging zelfs een stapje verder en beschuldigde Mozes en de tovenaars van een samenwerking die zij voorheen hadden gesloten. In hoofdstuk 7 vers 124 van de Koran lezen we dat hij daarna de tovenaars bedreigde met een pijnlijke bestraffing, hij (Farao) zei: “Ik zal zeker jullie handen en voeten kruiselings afhouwen en vervolgens zal ik jullie zeker kruisigen’’ Maar de tovenaars geloofden nu eenmaal in Allah en konden deze grote tekenen van hun Heer niet weigeren. De tovenaars zeiden daarna: “Onze Heer, schenk ons geduld en doe ons sterven als mensen die zich (aan U) hebben overgegeven.”

Op deze manier kwamen de tovenaars van de Farao aan hun einde, zij geloofden in Allah na het zien van Zijn tekenen en zij verlieten dit wereldse leven als moslims. Dat brengt ons aan het einde van deel 2 van het verhaal van Mozes vrede zij met hem. Vergeet niet terug te komen voor de volgende aflevering, dan zullen we zien hoe het leven van Mozes verder verloopt. Salamoe aleikoem, vrede zij met jullie!