Het profetische gedrag - Deel 1

Het gedrag van de profeet Mohammed (deel 1)

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: Het profetische gedrag - Deel 1.

In dit deel behandelen wij het gedrag van de profeet Mohammed. We gaan kijken naar hoe hij met andere omging, zoals zijn vrienden, metgezellen, vrouwen, dieren en ook met degene die vijandig tegen hem waren. Tot slot zullen we ook nog wat uitspraken van mensen aanhalen die over het gedrag van Mohammed spreken. Onze schepper heeft boodschappers gestuurd die de mensen uit het donker moeten halen en naar het licht toe moeten leiden. Hij heeft de laatste profeet Mohammed gestuurd naar de mensheid als een barmhartigheid voor ons. Zo lezen we in hoofdstuk 21:107:

وَمَا أَرْسَلْنَاكَ إِلَّا رَحْمَةً لِّلْعَالَمِينَ

En wij hebben jou (O Mohammed) slechts gezonden als een barmhartigheid voor de werelden.

Deze barmhartigheid heeft er voor gezorgd dat vele mensen van de profeet Mohammed houden. Maar niet zomaar houden! Ze houden op een manier van hem, dat ze hun leven zouden geven om alleen zijn eer te beschermen. Ze houden van hem, meer dan van wie en wat dan ook in deze schepping. Het bijzondere is dat je dit niet alleen van een metgezel kan verwachten, Maar ook van mensen die na de dood van de profeet leefden tot vandaag de dag! Welke persoon kan zeggen dat hij volgelingen heeft (zelfs zo’n 1400 jaar na zijn dood) die zo veel liefde voor hem hebben dat ze hun hele leven opgeven om alleen maar in dienst te zijn van hem.  Dit kan alleen maar een boodschapper van onze Schepper zijn met een hoogstaand karakter zoals staat te lezen in hoofdstuk 68:4 van de Koran:

وَإِنَّكَ لَعَلى خُلُقٍ عَظِيمٍ
En voorwaar, jij beschikt over een hoogstaand karakter.

Een karakter wat een grote impact heeft op het leven van mensen. Wat de harten van metgezellen sneller deed kloppen en wat zelfs de harten van de vijanden van de profeet deed smelten. Mohammed leerde ooit zijn metgezellen de volgende uitspraak: “De beste van de gelovigen zijn degenen die het beste zijn in hun gedrag.” Dit laat zien dat het geloof niet volledig is totdat het gedrag goed is. In de eerste overlevering zien we de zorg van de profeet voor een individu. Zijn omgang met anderen was zo voortreffelijk, dat iedereen dacht dat zij de geliefdste personen waren bij de profeet . En om deze reden was de profeet het geliefdst bij iedereen.

Amr ibn al-Aas  was een van de slimste metgezellen, hij stond bekent om zijn wijsheid, scherpzinnigheid en intelligentie. Steeds toen Amr ibn al-Aas  de profeet ontmoette, merkte hij dat hij altijd hartelijk en opgewekt was. Steeds wanneer hij een bijeenkomst betrad waarin de profeet zat, werd hij altijd warm verwelkomd door hem.  En wanneer de profeet hem riep, gebruikte hij de namen die het meest geliefd bij hem waren. Doordat hij zo’n voortreffelijke behandeling ervoer, was hij er zeker van dat hij de geliefdste persoon was bij de boodschapper van Allah. Op een dag besloot Amr  zijn gevoel te bevestigen, dus benaderde hij de profeet en ging naast hem zitten.

Amr  zei: “O boodschapper van Allah. Wie is het meest geliefd bij u?” Hij zei: “Aaysha.” Amr  zei: “Nee, ik bedoel bij de mannen, o boodschapper van Allah! Ik bedoel niet onder uw familieleden.” De profeet  zei: “Haar vader (abu bakr).” Amr zei: “En daarna?” Hij zei: “Umar ibn al khattaab.” Amr zei: “En daarna?” De profeet begon toen een aantal personen te noemen, zeggende: “Uthmaan ibn Affaan, Ali ibn Taalib, Zubayr, Talha etc etc” afhankelijk van hoe vroeg iemand moslim was geworden en de opofferingen die hij gedaan had. Amr zei: “Ik werd toen stil, uit angst dat hij me pas als laatste zou noemen!”

Kijk hier hoe de profeet  met mensen omging. Amr ibn al-Aas die een intelligente persoon was, was er van overtuigd dat hij de geliefdste persoon was bij de profeet. Deze overtuiging kwam in zijn hart door het hoogstaande karakter van de profeet. De profeet maakte geen onderscheidt tussen mensen, arm of rijk, donker of blank, oud of jong. Ook tegen de allerkleinste toonde hij barmhartigheid en liefde. Toen Aboe Layla op een nacht naast de profeet  zat, kwam al-Hassan of al-Hoesayn bij hem. De profeet  tilde hem op en legde hem op zijn buik. De kleine urineerde toen op de buik van de profeet. Aboe layla zei: “Ik zag de urine van de buik van de profeet druppelen. We sprongen dus op naar de profeet, maar hij zei: “Laat mijn zoon met rust. Laat hem niet schrikken.’ Toen het kleine kind klaar was met urineren vroeg hij om wat water en gooide dit over zijn buik.”

Maar ook tegenover zijn vijanden had hij goed gedrag. Hoeveel van de mensen vandaag de dag, zullen slecht gedrag tonen tegen hun vijanden, door ze te negeren, uit te schelden of meer dan dat. Goed gedrag tonen tegen je vijand is een moeilijk iets waar je veel geduld voor moet hebben, maar het zal een positieve uitwerking hebben op je vijand. Na het openlijk verkondigen van de islam in Mekka waren veel mensen van de stam Quraysh vijandig tegen over de profeet, omdat de verkondiging hun tradities en afgodspraktijken afkeurde. Een aantal van deze vijanden probeerden de profeet over te halen om te stoppen met de verkondiging, zo ook Hoesayn ibn al Mundzir al khoeza’ie.

Hoesayn ibn al Mundzir bezocht de profeet terwijl hij met zijn metgezellen zat, en Hoesayn zei de gebruikelijke woorden van beschuldigingen die de Quraysh normaliter tegen hem zeiden: “Je hebt ons verdeeld, onze rijen gesplitst…etc.” Terwijl de profeet rustig luisterde totdat hij klaar was. De profeet  zei vriendelijk tegen hem: “Ben je klaar, O aboe imraan?” “Ja” antwoordde hij. De profeet zei: “Beantwoord dan mijn vragen.” “Zeg het maar, ik luister” zei hij. De profeet zei: “O Aboe Imraan! Hoeveel goden aanbid jij?” Hij antwoordde: “zeven. Zes op aarde en een in de hemelen!” De profeet zei: “Van welke van deze houd jij en vrees jij?”

Hij zei: “De ene in de hemelen (d.w.z. Allah).” De profeet zei in alle vriendelijkheid: “O Hoesayn, als jij de islam zou accepteren, dan zou ik jou twee woorden leren die jou van nut zullen zijn.” Hoesayn accepteerde de islam ter plaatse en zei: “O boodschapper van Allah! Leer mij de twee woorden die u mij beloofd heeft te onderwijzen.” De profeet  zei: “O Allah! Inspireer mij met de leiding en bescherm mij van mijn eigen kwaad.” Kijk naar hoe de profeet omging met de mensen die vijandig tegen hem waren. Hoe vaak resulteert vijandigheid tegen jou vijanden niet in een grotere escalatie van haat en vijandigheid?

In een andere situatie zien we dat een groep joden een keer langs het huis van de profeet  kwamen vervolgens zeiden ze: “As-saamoe Alaykum (Moge de dood op jullie zijn)” En de profeet  antwoordde: “Wa alaykum (en ook op jullie)” Aisha  kon het niet verdragen en antwoordde toen zij dit hoorde: “En moge de dood ook op jullie zijn, en Allah’s vloek en toorn!” De profeet  zei: “Rustig O Aisha! Je dient vriendelijk te zijn, je dient niet te vloeken of hard te zijn.” Zij zei: “Hoorde u dan niet wat zij zeiden?” Hij zei: “Hoorde je dan niet wat ik zei? Ik deed een smeekgebed tegen hen en die smeekbede zal verhoord worden, terwijl die van hun niet verhoord zal worden.” Zelfs toen de profeet werd uitgescholden en beledigd, bleef hij nog vriendelijk tegen degenen die vijandig tegen hem waren. Dit laat een karakter zien waar wij allen veel van kunnen leren.

Dit was het voor nu, we gaan verder over zijn gedrag in het tweede deel van deze lezing. Dan zullen we spreken over zijn gedrag tegenover vrouwen, dieren etc. En we zullen wat uitspraken van mensen aanhalen over het gedrag van Mohammed.