Geboorte en kindertijd

De geboorte en kindertijd van de profeet Mohammed.

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: Geboorte en kindertijd.

Nu we het karakter van de profeet Mohammed hebben besproken kunnen we beginnen met het behandelen van zijn levenspad. Wij kunnen nu de historische gebeurtenissen goed plaatsen nu we weten hoe zijn gedrag tegenover de schepping was. We behandelen in deze lezing zijn geboorte en kinderjaren.

De vader van de profeet heette Abdullah. Hij was een van de zonen van Abdul Muttalib. Abdul Muttalib was een grote leider binnen de stam van Quraysh. Toen Abdullah rond de 20 jaar was, trouwde hij met Aaminah, die al gauw zwanger werd. Abdul Muttalib stuurde Abdullah naar Jathrib (het huidige Medina) voor een training, maar onderweg stierf hij. Hierdoor bleef de zwangere Aaminah alleen achter en zou Mohammed als een wees geboren worden. In die tijd was het zo dat als de vader kwam te overlijden het kind dan een wees zou zijn, ongeacht of de moeder in leven was of niet. Mohammed werd geboren in de stad Mekka op een maandag in de maand Rabie’ al awwal (wat de naam is van een van de 12 maanden van de Islamitische kalender) in het jaar 570 volgens de Christelijke jaartelling.

Abdul Muttalib was degene die de naam Mohammed aan hem had gegeven. Dit was een naam die bijna niet voorkwam in die tijd. Slechts een enkeling droeg deze naam. De naam betekent ‘de geprezene’. In Mekka was het een gebruik dat de stedelingen hun baby’s en kinderen onderbrachten bij de bedoeïenen die in de woestijn buiten de stad leefden. Ze lieten dan de baby’s een paar maanden bij de bedoeïenen en namen ze weer terug in de winter. Als het dan weer zomer werd brachten ze hun kinderen weer onder bij de bedoeïenen tot ze een leeftijd van 5 of 6 jaar hadden bereikt. Dit deden ze zodat  de kinderen een opvoeding in de stad en in de woestijn kregen.

Ze wilden de kinderen niet constant in de vervuilde stad laten opgroeien waar veel ziektes waren. In de woestijn had je immers de frisse lucht van de natuur en de ziektes die daar heersten waren ook minimaal. Een andere reden dat de stedelingen hun kinderen oplieten groeien bij de bedoeïenen was dat zij juist de Arabische taal goed beheersten, ze spraken deze in de puurste vorm zonder enig dialect. Zo ook wou de moeder van Mohammed hem onderbrengen bij de bedoeïenen. Een aantal keer per jaar kwamen de bedoeïenen de stad in om te kijken of ze een baby mee konden nemen. Dit deden ze tegen betaling, zo verdienden zij ook hun inkomen.

Omdat Aaminah geen man meer had, wilde niemand van de bedoeïenen Mohammed meenemen, ze zouden er dan geen of weinig geld voor krijgen en dit was onaantrekkelijk voor ze. Alleen één vrouw had nog geen baby weten te bemachtigen en er was maar een baby over. Deze vrouw heette Halimah. Zij had Mohammed gezien en haar hart smolt bij het zien van hem. Maar ja, hij zou ze geen geld opleveren. Na overleg met haar man besloot Halimah toch om Mohammed mee te nemen. De man antwoordde : ‘Hij is een wees, als we voor hem zorgen zal Allah ons hopelijk belonen.’ Dus zo nam Halimah hem mee en werden ze door hun Schepper beloond voor het zorg dragen van Mohammed.

Tijdens de tijd dat Halimah voor Mohammed zorgde gebeurde er iets bijzonders. Mohammed was op dat moment vier jaar toen hij met de zoon van Halimah aan het spelen was. Opeens verscheen er een figuur die hem neerzette. De dochter van Halimah zag dit gebeuren en schreeuwde  om hulp bij haar moeder. Toen Halimah op de plek aankwam waar Mohammed zich bevond zag ze hem lijkbleek zitten  met een litteken op zijn borst. Pas jaren later liet Mohammed weten wat er die dag precies gebeurde. Hij zei dat het de Engel Djibriel (Gabriel) was die naar hem toe kwam in een vorm van een man. Hij pakte Mohammed beet en haalde zijn hart eruit. Vervolgens waste hij het hart van Mohammed om er een zwart gedeelte eruit te halen, dit gedeelte stopt de shaytaan (duivel) bij elk persoon in het hart. Vervolgens stopte Djibriel het hart weer terug.

Nadat Halimah dit vreemde voorval mee had gemaakt, bracht ze hem weer terug naar Aaminah, omdat ze bang was dat er ergere dingen zouden gaan gebeuren onder haar toezicht. Mohammed werd op 6 jarige leeftijd meegenomen door zijn moeder naar Jathrib (het huidige Medina), daar zou ze het graf van haar man bezoeken. Samen met o.a. Abdul Muttalib en Umm Aymaan (de vrouwelijke bediende van Mohammed’s ouders) gingen ze op weg naar Jathrib. Op de terugreis voelde Aaminah zich niet goed en werd zwaar ziek. Ze overleed uiteindelijk op een plek tussen Mekka en Jathrib (Medina) in. Zo werd Mohammed dus voor de tweede keer wees.

Op zesjarige leeftijd had hij dus geen ouders meer. De bediende Umm Aymaan bracht de kleine Mohammed terug naar Mekka. Daar nam zijn opa Abdul Muttalib de zorg over. Adbul Muttalib was altijd erg liefdevol voor Mohammad, hij behandelde hem beter dan zijn eigen kinderen en andere kleinkinderen. Maar lang zal hij niet voor hem zorgen. Toen Mohammed 8 jaar was stierf ook zijn geliefde opa Abdul Muttalib. De oom van de profeet, Abu Taalib (een van de personen die we al hebben aangehaald in de eerste lezing), zou nu voor Mohammed gaan zorgen. Abu Taalib was een zeer gewaardeerde en gerespecteerde persoon onder de Qurayshieten.

Abu Taalib was ook een arme man, dus financieel kon hij niet alles voor Mohammed betekenen. Daarom liet hij Mohammed op een jonge leeftijd al werken. Het eerste baantje wat hij kreeg is een baan als schaapherder. Hiermee verdiende hij geld voor levensonderhoud. Het is ook de eigenschap van alle profeten dat ze schaapherder zijn geweest. Dit was een beknopte beschrijving van de kinderjaren van de profeet. In de volgende lezing gaan we dieper op hoe Mohammed zijn adolescente en volwassen jaren beleeft.