De slaaf van Ta'if

De slaaf van Ta'if en het goede karakter van de profeet.

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: De slaaf van Ta'if.

Welkom beste kijker bij het 15de deel van deze serie over het leven van Mohammed .

Kijken we naar ons zelf vandaag de dag, dan zien we dat ons gedrag tegen anderen is afgestemd op rijkdom, status en invloed. Zo zien we iemand heel aardig tegen zijn baas doen, maar de schoonmaker in het bedrijf geen blik waard gunnen. Zo zien we mensen smelten voor beroemde mensen, maar willen ze van de dakloze krantverkoper voor de supermarkt niets weten. Ons gedrag tegen anderen is selectief, het hangt af van hetgeen de andere voor jou kan betekenen. En dit is al een basisingrediënt voor onrecht in de wereld. Zo worden de rijke geprezen en de arme genegeerd. Hierdoor ontstaat er veel onvrede in de maatschappij.

Kijken we naar profeet Mohammed dan zien we dat zijn gedrag en zijn leer de oplossing zijn voor deze problemen. Hij behandelde iedereen goed, maakte geen onderscheidt tussen rijk en arm, wit of donker, man of vrouw. Hij gaf iedereen een goede behandeling en verplichtte de moslims dit ook te doen. Om dit nog wat duidelijker te maken haal ik een verhaal aan uit de levensloop van de profeet.

In het vorige deel konden we zien hoe de boycot de moslims trof. Maar er zat nog meer verdriet aan te komen. Zijn geliefde en steunende vrouw Khadidjah en zijn altijd steun gevende oom Abu Taalib kwamen in hetzelfde jaar vlak achter elkaar te overlijden. Dit was een emotionele klap voor de profeet. En hij zag de zijn stam, die zijn bloed wel kon drinken nog vijandiger worden en gevaarlijker worden. Dus besloot Mohammed naar een plek buiten Mekka te gaan om daar mensen te vertellen over de godsdienst van Allah in de hoop dat zij dit zouden accepteren en dan vervolgens steun konden geven aan de moslim gemeenschap.

Maar in Ta’if (zo heet dat stadje) aangekomen liepen de gesprekken met hem en wat leiders uit die stad niet zo soepel. Een van deze mannen zei zelfs tegen de profeet: “Ben jij de profeet? Kon Allah niemand anders vinden dan jou?” En de andere hadden ook geen zachte woorden over voor Mohammed. Na een aantal dagen in Ta’if de mensen te vertellen over de godsdienst van Allah vonden de bewoners van deze stad het wel genoeg en besloten ze de mensen en wat krankzinnige jongens van de stad op te jutten om Mohammed de stad uit te jagen.

Tijdens deze actie, bekogelde ze hem met alles wat ze maar konden vinden. Tot Mohammed van top tot teen onder het bloed zat. Ze dreven hem naar de tuin van ‘Utbah ibn Rabie’a en Shaybah ibn Rabie’a waar ze hem uiteindelijk met rust lieten. Bij die tuin ging Mohammed in de schaduw van een druivenrank zitten. De twee broers zagen de hele situatie en kregen medelijden met hem, ze stuurde daarom een van hun slaven naar Mohammed toe om hem wat druiven te geven.

De slaaf die ‘Adaas heette zei tegen Mohammed dat hij er wat van moest eten. De profeet stak zijn hand uit en zei: ‘Bismillah’(in de naam van Allah) en at de druiven. ‘Adaas keek hem aan en zei: Bij Allah dit is geen uitspraak van iemand van dit land. De profeet antwoordde: En van welk land ben jij, o ‘Adaas? Wat is jouw godsdienst? Hij antwoordde: Ik ben een christen. Ik ben een man van Ninive. De profeet vroeg: Van het land van de vrome man Yunus ibn Matta? ‘Adaas antwoordde: Wat weet jij van deze vrome man? Het is mijn broeder, zei de profeet. Hij was een profeet en ik ben een profeet! ‘Adaas boog zich over de boodschapper van Allah om zijn voorhoofd, handen en voeten te kussen, terwijl de zonen van Rabie’a dit zagen. De ene zei tegen de ander: die man heeft jouw slaaf verdorven gemaakt.

Toen ‘Adaas terug kwam, was hij zichtbaar onder de indruk van het zien van de boodschapper van Allah en van wat hij uit zijn mond gehoord had. Zijn meester zei toen tegen hem: Wee jij! Wat scheelt er met je, dat je het hoofd, de handen en voeten van die man kust? Hij antwoordde: O mijn meester! Er is niets beters op aarde dan dit. Hij heeft me iets geleerd dat enkel door een profeet gekend is”. Zijn meester zei tegen hem: “Wee jij! O ‘Adaas! Laat hem jou niet afwenden van je godsdienst! Jouw godsdienst is zeker beter dan die van hem!

Dus ondanks de hele situatie en de staat waarin de profeet zich verkeerde, bleef hij liefdevol vriendelijk en geïnteresseerd in een christelijke slaaf die hij niet eens kende. Een slaaf die uiteraard niets voor hem kon betekenen kreeg toch zijn volledige aandacht, liefde en respect. Kunnen wij dit? Kunnen wij de schoonmaker hetzelfde behandelen als de directeur of een rijk persoon en een arm persoon? En wat voor een persoon moet Mohammed wel niet geweest zijn: als iemand bij de eerste ontmoeting (van wat nog niet eens een uur zou hebben geduurd) al meteen zegt ‘’Er is niets beters dat dit op de wereld’’!

Ken jij iemand in je omgeving met deze gave? Zeggen mensen over jou of over mij dat er niets beters is op deze aarde, na een ontmoeting? Dit is wie onze profeet wel was. Bedankt voor het kijken en tot het volgende deel.