Koranische verhalen: De eerste zonde

De eerste zonde die gepleegd werd.

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: Koranische verhalen: De eerste zonde.

In deze video zullen we het gaan hebben over een verhaal uit de Koran dat gaat over een daad die vaak omschreven wordt als de eerste zonde. En als we het hebben over de eerste zonde dan denken veel mensen aan het eten van de verboden vrucht door Adam en Eva. Maar dat is niet de eerste zonde. Ook is de eerste zonde niet de moord van Kaïn op Abel in de Islamitische literatuur ook wel bekend als Qabil en Habil. De eerste zonde was de zonde die gepleegd werd door de duivel. Een zonde die de geschiedenis van de mensheid zou stempelen.

Deze zonde vond plaats nadat Allah Adam geschapen had. Er wordt in de Koran vermeld dat Allah de engelen opdroeg om voor Adam te buigen. Het buigen was natuurlijk geen daad van aanbidding zoals moslims vandaag de dag knielen en buigen in het gebed ter aanbidding van Allah. Het was daarentegen een eerbetoon van de engelen aan Adam en een daad van gehoorzaamheid aan, en aanbidding van, Allah.

In hoofdstuk 2 wordt hierover in vers 34 het volgende gezegd:

وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلاَئِكَةِ اسْجُدُواْ لآدَمَ فَسَجَدُواْ
“En toen Wij tot de engelen zeiden: ‘Buigt jullie voor Adam’ toen bogen zij.”

Maar onder de groep engelen bevond zich Iblies, die tot de djinn behoort, een soort schepsel dat we in de volksmond vaak aanduiden als geesten. Om hier kort iets meer over te zeggen: de djinn zijn net als de mensen, engelen en dieren een onderdeel van de schepping van Allah. Ze lijken in veel aspecten op de mensen zoals het feit dat ze verstand hebben gekregen en de mogelijkheid hebben gekregen om te kiezen tussen goed en kwaad. Ze zijn net als de mensen opgedragen Allah te aanbidden en zullen daarover dan ook ondervraagd worden op de dag des oordeels. Het meest belangrijke verschil tussen de mens en de djinn is echter dat de mens werd geschapen van aarde terwijl de djinn geschapen werden van een rookloze vlam. We zullen er op dit moment echter niet verder op ingaan.

Iblies behoorde dus zoals gezegd tot de djinn en had een hoge positie gekregen bij Allah waardoor hij zich in het gezelschap van de engelen bevond. Dat was dan ook de reden dat de opdracht van Allah om te buigen voor Adam, ook op Iblies van toepassing was. Zijn reactie op deze opdracht wordt direct na het gedeelte van het vers genoemd wat ik zojuist al noemde, namelijk:

وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلاَئِكَةِ اسْجُدُواْ لآدَمَ فَسَجَدُواْ إِلاَّ إِبْلِيسَ أَبَى

“En toen Wij tot de engelen zeiden: ‘Buigt jullie voor Adam’ toen bogen zij, behalve Iblies. Hij weigerde[…]”.

Met deze weigering was hij uiteraard ongehoorzaam aan zijn Schepper en hiermee verrichte hij de eerste zonde. De eerste vraag die op kan komen als we dit horen is: waarom zou hij de opdracht van zijn Schepper weigeren terwijl de engelen er allemaal gehoor aan gaven? Hij had een hoge positie bij Allah en bevond zich zelfs onder de engelen die allemaal gehoor gaven aan de opdracht, waarom zou hij dan weigeren? De reden achter de weigering van Iblies wordt genoemd in de Koran; namelijk in hoofdstuk 38:76. Er word aangegeven wat zijn motivatie was middels zijn eigen woorden, namelijk;

قَالَ أَنَا خَيْرٌ مِّنْهُ خَلَقْتَنِي مِن نَّارٍ وَخَلَقْتَهُ مِن طِينٍ
“Hij zei: Ik ben beter dan hij. U heeft mij van vuur geschapen en hem heeft U van klei geschapen.”

De reden was dus hoogmoed, Iblies de duivel, had het valse idee dat vanwege het feit dat hij uit vuur was geschapen en Adam uit klei, hij beter was dan Adam. De gevolgen van deze zonde waren dan ook groot zoals we lezen in hoofdstuk 38 vers 77-78:

قَالَ فَاخْرُجْ مِنْهَا فَإِنَّكَ رَجِيمٌ  وَإِنَّ عَلَيْكَ لَعْنَتِي إِلَى يَوْمِ الدِّينِ

“ga hier dan weg, want waarlijk, jij bent een verworpene, een vervloekte. En waarlijk! Mijn vloek is over jou tot de Dag der Vergelding.”

Het karakter van de duivel werd echter nog meer duidelijk uit zijn reactie op deze woorden van Allah. In plaats van vergeving te vragen gaf hij aan dat zijn fout de schuld van Allah zou zijn met de woorden :

قَالَ فَبِمَا أَغْوَيْتَنِي
“Omdat U mij laat dwalen…” (Koran 7:16).

En daaropvolgend direct de volgende woorden:

لأَقْعُدَنَّ لَهُمْ صِرَاطَكَ الْمُسْتَقِيمَ  ثُمَّ لآتِيَنَّهُم مِّن بَيْنِ أَيْدِيهِمْ وَمِنْ خَلْفِهِمْ وَعَنْ أَيْمَانِهِمْ وَعَن شَمَآئِلِهِمْ وَلاَ تَجِدُ أَكْثَرَهُمْ شَاكِرِينَ
“… zal ik zeker op hen wachten op Uw rechte pad. Dan zal ik tot hen komen van voren en van achteren, van links en van rechts en U zult in de meeste van hen geen dankbaarheid vinden.”

Deze reactie geeft duidelijk aan dat Iblies, die vanaf dat moment ook onder de naam duivel en satan bekend kwam te staan, zichzelf niet alleen superieur acht en hoogmoedig was in het negeren van de opdracht van Allah. Het geeft ook aan dat dit gedrag zijn daadwerkelijke karakter liet zien vanwege de wens de mensheid te misleiden. Maar wat hebben wij, die leven in de 21e eeuw aan een dergelijk verhaal? Ten eerste kunnen we eruit leren dat hoogmoed iets is wat verkeerd is. Als we kijken naar wat er uit hoogmoed voortkomt dan zullen we begrijpen waarom de islam het afwijst. Hoogmoed is namelijk niets anders dan een overdreven vorm van zelfrespect die los staat van de realiteit.

Het is een aanleiding voor het niet accepteren van welke hogere gezagsbron dan ook. Het is het idee beter te zijn dan anderen waardoor zelfrechtvaardiging, minachting en zelfs vernedering plaats kunnen vinden. In de islam wordt er geen onderscheid gemaakt in wie beter is op basis van waarop de duivel onderscheid maakte, de materie uit welke hij geschapen was. Er wordt geen onderscheid gemaakt in wie beter is op basis van ras, geslacht, leeftijd of financiële positie. Natuurlijk erkent de islam verschillen in kwaliteiten en capaciteiten.

Maar de islam stelt duidelijk dat dit geen reden tot hoogmoed mag zijn zoals uit dit verhaal duidelijk is geworden. Een persoon kan door bepaalde kwaliteiten die hij bezit wel een hoge positie hebben bij de mensen, maar dat betekent niet dat hij daarom het recht heeft hoogmoedig te zijn. Want waar het uiteindelijk om gaat is wat de positie van de mens is bij zijn Schepper, bij de Schepper van de hemelen en de aarde. En deze positie kent een duidelijk criterium: godsvrucht ofwel vroomheid. In hoofdstuk 49:13:

إِنَّ أَكْرَمَكُمْ عِندَ اللَّهِ أَتْقَاكُمْ
“De meest edele van jullie in het zicht van Allah is degene die het meeste godsvrucht heeft.”

Zo leren we uit dit eeuwenoude verhaal dat hoogmoed iets verwerpelijks is en het de mens past, ondanks dat hij misschien een hoge positie heeft in deze wereld, altijd te beseffen dat hij een dienaar is van Allah, die niet kijkt naar zijn hoge positie, maar naar zijn mate van vroomheid. Wanneer hoogmoed verdwijnt, zal respect voor anderen toenemen, zal respect voor het gezag van anderen toenemen en zullen bescheidenheid, rechtvaardigheid en oprechtheid zegevieren.