Het ochtendlicht

De belofte van Allah aan Zijn dienaar Mohammed.

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: Het ochtendlicht.

In de beginperiode van de openbaring had profeet Mohammed het erg moeilijk, omdat er veel weerstand was vanuit zijn omgeving. De moslims werden onderdrukt, belachelijk gemaakt en waar mogelijk mishandeld. Gedurende deze periode was profeet Mohammed gewend om Koran-openbaring van Allah te ontvangen. Na een tijd ontving profeet Mohammed voor een periode geen openbaringen meer en dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt bij zijn vijanden.

Toen de inwoners van Mekka het door hadden maakten zij opmerkingen om de profeet belachelijk te maken. Ze beschuldigden profeet Mohammed ervan dat zijn Heer hem had verlaten. Deze opmerkingen en lasteringen maakten de profeet erg droevig. En het was niemand anders dan de Schepper die de volgende troostende woorden had geopenbaard om de profeet te kalmeren en de profeet te verzekeren van een goede toekomst:

وَالضُّحَى {1} وَاللَّيْلِ إِذَا سَجَى {2} مَا وَدَّعَكَ رَبُّكَ وَمَا قَلَى {3} وَلَلْآخِرَةُ خَيْرٌ لَّكَ مِنَ الْأُولَى {4} وَلَسَوْفَ يُعْطِيكَ رَبُّكَ فَتَرْضَى {5} أَلَمْ يَجِدْكَ يَتِيماً فَآوَى {6} وَوَجَدَكَ ضَالّاً فَهَدَى {7} وَوَجَدَكَ عَائِلاً فَأَغْنَى {8} فَأَمَّا الْيَتِيمَ فَلَا تَقْهَرْ {9} وَأَمَّا السَّائِلَ فَلَا تَنْهَرْ {10} وَأَمَّا بِنِعْمَةِ رَبِّكَ فَحَدِّثْ {11}‏

Bij het ochtendlicht. {1} En bij de nacht wanneer het geheel donker is. {2} Jouw Heer heeft jou (O Mohammed) niet verlaten en is niet boos (op jou). {3} En het latere (het Hiernamaals) is zeker beter voor jou dan het eerste (het wereldse leven). {4} En jouw Heer zal jou zeker gunsten schenken, zodat jij tevreden zult zijn. {5} Heeft Hij jou niet als wees gevonden en jou in bescherming genomen? {6} En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid. {7} En Hij heeft jou behoeftig gevonden en rijk gemaakt. {8} Wat de wees betreft: beledig hem niet. {9} En wat de bedelaar betreft: wijs hem niet af. {10} En wat de gunsten van jouw Heer betreft: spreek daarover! {11}