Wie is Allah (2)

Het aanbidden van Allah, Schepper van alle zaken.

In naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle. En vrede en zegeningen zijn met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen. Het onderwerp wat in deze video besproken zal worden is: Wie is Allah.

In de voorgaande video hebben we een korte blik geworpen op het Godsbeeld binnen de islam. Dit hebben we gedaan aan de hand van een aantal eigenschappen van Allah zoals Zijn Eenheid, Zijn Barmhartigheid, Zijn vermogen tot scheppen en Zijn Genade. We hebben vastgesteld dat de Eigenschappen waarmee Allah Zichzelf beschrijft in de Koran Goddelijke Eigenschappen zijn. Dat Hij niet te vergelijken valt met Zijn schepping en dat Hij daar al helemaal niet gelijk aan is in welk aspect dan ook.

In deze video gaan we het hebben over de aanbidding van Allah die voortvloeit uit het Godsbeeld waarover we in de voorgaande video hebben gesproken. Ook dit keer gaan we dat doen aan de hand van een aantal vertaalde citaten uit de Koran om zo duidelijk te laten zien wat Allah ons hierover geleerd heeft. In hoofdstuk 6 zien we dat Allah een uitgebreide beschrijving geeft van Zichzelf die Hij vervolgens in vers 102 laat opvolgen met:

ذَلِكُمُ اللّهُ رَبُّكُمْ لا إِلَـهَ إِلاَّ هُوَ خَالِقُ كُلِّ شَيْءٍ فَاعْبُدُوهُ وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ وَكِيلٌ

“Dat is Allah, jullie Heer! Er is geen god dan Hij, Schepper van alles: aanbidt Hem dus. En Hij is over alle zaken Toezichthouder.”

En met dit ene vers slaan we een brug van de eerste video naar de tweede video, deze dus. We zien namelijk dat Allah, nadat Hij Zichzelf beschreven heeft als zijnde de Enige God en de Schepper van alle zaken Hij iets heel belangrijks vermeldt. Hij zegt namelijk direct daarna: Aanbid Hem dus. Tengevolge van het eerste, het feit dat Hij God is, draagt Hij de mens op Hem te aanbidden. Aanbidding is een verzamelwoord voor al hetgeen van innerlijke en uiterlijke uitspraken en handelingen waar Allah van houdt en tevreden mee is. Dit wil eenvoudigweg zeggen: alle zaken die binnen de grenzen van de islamitische regelgeving worden goedgekeurd.

Als voorbeeld kunnen we natuurlijk het vasten of het bidden noemen maar ook de glimlach naar een ander, het verwijderen van vuil van de weg of iemand helpen bij het oversteken of het dragen van diens boodschappen. Dit alles valt, indien het voor de tevredenheid van Allah gedaan wordt, onder de term aanbidding. Deze boodschap tot het geloven in, en aanbidden van, Allah is de boodschap van alle profeten geweest die Hij naar de mensheid heeft gezonden. Een voorbeeld hiervan kunnen we terugvinden in hoofdstuk 7:59 van de Koran waarvan ik nu de vertaling zal geven:

لَقَدْ أَرْسَلْنَا نُوحاً إِلَى قَوْمِهِ فَقَالَ يَا قَوْمِ اعْبُدُواْ اللَّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَـهٍ غَيْرُهُ إِنِّيَ أَخَافُ عَلَيْكُمْ عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ

“Voorzeker, Wij zonden Noach tot zijn volk en hij zei: “O mijn volk, aanbidt Allah, er is voor jullie geen god dan Hij: voorwaar, ik vrees voor jullie de bestraffing van een geweldige dag.”

In hoofdstuk 7:65 kunnen we lezen dat de profeet Hoed hetzelfde zei tegen zijn volk:

وَإِلَى عَادٍ أَخَاهُمْ هُوداً قَالَ يَا قَوْمِ اعْبُدُواْ اللّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَـهٍ غَيْرُهُ

“En tot de Aad (zonden Wij) hun broeder Hoed. Hij zei: “O mijn volk, aanbidt Allah, er is voor jullie geen god dan Hij[…]”

En in hetzelfde hoofdstuk, vers 73 lezen we:

وَإِلَى ثَمُودَ أَخَاهُمْ صَالِحاً قَالَ يَا قَوْمِ اعْبُدُواْ اللّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَـهٍ غَيْرُهُ

“En tot de Thamoed (zonden Wij) hun broeder Saalih. Hij zei: “O mijn volk, aanbidt Allah, er is voor jullie geen god dan Hij.”

En zo zijn er nog vele verzen te noemen. Stuk voor stuk geven deze verzen aan dat de profeten hun volk opriep naar het aanbidden van Allah, hun enige en DE enige God. Een aanbidding die slechts verdient wordt door de Schepper van de hemelen en de aarde. Waarom? Simpelweg omdat Hij de enige God en Schepper is. Als afsluitend citaat wil ik een citaat aanhalen waarmee de Koran begint. Het zijn de eerste 5 verzen van het eerste hoofdstuk van de Koran, verzen die tijdens ieder gebed door moslims wereldwijd gereciteerd worden.

بِسْمِ اللهِ الرَّحْمنِ الرَّحِيمِِ {} الْحَمْدُ للّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ {} الرَّحْمـنِ الرَّحِيمِ {} مَالِكِ يَوْمِ الدِّينِ {} إِيَّاكَ نَعْبُدُ وإِيَّاكَ نَسْتَعِينُ

“In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. {} Alle lof komt toe aan Allah, de Heer der werelden. {} De Barmhartige, de Genadevolle. {} De Koning van de dag der opstanding. {} U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.”

Ook hier zien we weer de eenheid van Allah en enkele van Zijn prachtige eigenschappen terugkomen. Maar meer belangrijk is het feit dat degene die het reciteert aangeeft dat Allah De Enige is Die hij aanbidt en dat alleen Allah Degene is Die hij om hulp vraagt. En voor de oplettende kijker: ook hier zien we weer dat eerst wordt vermeld Wie Allah is om vervolgens, nadat dit als basis is gegeven, overgegaan wordt op het toekennen van alle aanbidding aan Hem.

Wanneer we deze informatie en die van de vorige video samenvoegen kunnen we zien dat er vele citaten in de Koran te vinden zijn waarin Allah spreekt over zichzelf. Ook komen er vele citaten voor in de Koran waarin Allah aangeeft dat alleen Hij het verdient aanbeden te worden. Ten derde zien we dat in het citaat wat we zojuist aanhaalden uit  hoofdstuk 7:59 Noach zei (vrij vertaald natuurlijk):

يَا قَوْمِ اعْبُدُواْ اللَّهَ مَا لَكُم مِّنْ إِلَـهٍ غَيْرُهُ إِنِّيَ أَخَافُ عَلَيْكُمْ عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ

“O mijn volk, aanbidt Allah, er is voor jullie geen god dan Hij: voorwaar, ik vrees voor jullie de bestraffing van een geweldige dag.”

Noach koppelt zijn oproep naar het aanbidden van Allah aan een waarschuwing. Een waarschuwing voor “de bestraffing van een geweldige dag”. Waarom hij dat doet? En wat het belang van het godsbeeld is wat we in deze en de voorgaande video hebben besproken? Dat kun je bekijken in het derde en laatste deel van deze korte driedelige serie over het geloof in Allah. Bedankt voor het kijken en tot de volgende keer!